Huize Holland - Middelburg

Het verhaal van Rob Malasch

In 1953, vlak na de watersnoodramp, werden er in Zeeland ondanks de overstromingen toch nog mensen uit Indonesië opgevangen. Zo ook Rob Malasch en zijn gezin. Hij was vijf jaar oud toen hij in 1953 met de Willem Ruys naar Nederland vertrok. Nederland was voor zijn ouders geen onbekend terrein, ondanks dat zij beiden in Nederlands-Indië waren geboren. Al een aantal keer waren ze er op verlof geweest. Toen de Republiek Indonesië werd  uitgeroepen, voelden zijn Indo-Europese ouders zich niet meer thuis in Indonesië, zij spraken immers Nederlands en voelden zich ook Nederlands. De keuze werd gemaakt en ze vertrokken, zonder de baboe en andere bedienden, naar Nederland.

“Wij kwamen, of all places, in Middelburg terecht, een maand na de watersnoodramp. Zoiets verzin je toch niet? Alles was nog ondergelopen en de dode koeien dreven nog door de straten. “Ik zie overal bergen! Die waren er toch niet in Nederland?” riep ik als klein jongetje. Nee dat waren geen echte bergen, maar hopen kleding van het rampenfonds. Het was een bijzondere gewaarwording.” 

Rob en zijn familie kwamen in een pension terecht, waarvan we de naam niet meer konden achterhalen. We weten van Rob nog dat het geen luxe was. “De meeste pensions en hotels die repatrianten opvingen, daar liep het niet goed mee. Dat waren vaak hotels met maar één ster. Ze kregen geld van de overheid om repatrianten op te vangen. Wij moesten later iedere cent terugbetalen.”

Rob zijn vader vond werk als technisch tekenaar bij een gemeente energiebedrijf en halverwege de jaren vijftig vertrok het gezin naar de gloednieuwe Westelijke Tuinsteden in Amsterdam West, ook wel ‘de echte Indische buurt van Amsterdam’.